SquadUp Download SquadUp

Zaalvoetbal organiseren: eerst het formaat, dan pas de zaal

Een zaaluur duurt zestig minuten en kost u hetzelfde bedrag of er nu acht of veertien mensen komen opdagen. Dat is de volledige economie van deze sport samengevat. En toch begint bijna elke voorbereiding met een verkeerd getal, namelijk het aantal spelers dat er eigenlijk moet staan.

Zaalvoetbal wordt gespeeld met vijf per ploeg, doelman inbegrepen. Er staan dus vier veldspelers per kant, acht in het totaal, plus de twee doelverdedigers: tien personen op de vloer. De vergissing "tien veldspelers" ontstaat zo: tien klopt wel degelijk als aantal personen op de vloer, maar twee daarvan staan in doel. Wie ze allebei als veldspeler noteert, rekent zich twee man rijk en gaat er vervolgens twee te veel bij zoeken. Die ene telfout verschuift alles wat erna komt: hoeveel volk u optrommelt, hoe groot uw lijst moet zijn en hoe u de factuur verdeelt.

Hieronder staat eerst het juiste formaat, met de reglementen erbij, dan het onderscheid met minivoetbal en met vijf tegen vijf in openlucht, en pas daarna de praktijk: wat een sporthal in Vlaanderen kost, hoe u een vast uur voor een heel seizoen vastkrijgt en hoe u de aanwezigheden overeind houdt als de zaal al betaald is.

Vijf per ploeg, doelman inbegrepen

De regel staat woordelijk in de futsalspelregels van de KBVB, uitgave 2024-2025, onder Regel 3: "Een wedstrijd wordt gespeeld door twee ploegen, elk uit niet meer dan vijf spelers bestaande, van wie één de doelverdediger moet zijn." Diezelfde zin komt terug als artikel F6.55 in het futsalreglement van de KBVB, doorgaans Boek F genoemd. De doelman zit dus in die vijf, hij komt er niet bij.

Reken het één keer volledig uit en u vergist zich nooit meer:

Per ploegOp de vloer
Doelverdedigers12
Veldspelers48
Totaal op het speelveld510

Voor wie organiseert, heeft dat drie gevolgen die meteen geld of een afgelasting waard zijn.

Een onderlinge partij vraagt tien aanwezigen, geen twaalf. Speelt u niet in competitie maar gewoon onder elkaar, dan hebt u exact tien mensen nodig om twee volledige ploegen te vormen, van wie er twee in doel gaan. Nodigt u er twaalf uit omdat u met tien veldspelers rekende, dan staan er twee de hele avond te kijken of speelt u zes tegen zes op een veld dat daar niet voor bedoeld is.

Onder de drie spelers gaat het niet door. Artikel F6.55 zegt het in dezelfde adem: een wedstrijd mag niet worden begonnen als een ploeg uit minder dan drie spelers bestaat, en zakt een ploeg definitief onder drie, dan wordt de wedstrijd gestaakt. Dat is een ondergrens, geen doelstelling: met drie tegen vijf spelen is geen wedstrijd.

Laatkomers redden u alleen als ze op het blad staan. Artikel F6.56 laat een ploeg die met vier begint, zichzelf tot op het einde van de wedstrijd vervolledigen, verlengingen en strafschoppen inbegrepen, maar uitsluitend voor spelers die vóór aanvang op het wedstrijdblad ingeschreven zijn. Wie om kwart voor negen belt dat hij eraan komt en niet vermeld staat, mag niet meer invallen.

Hoeveel namen u dan wel op dat blad zet: in een officiële competitie zijn er ten hoogste negen wisselspelers toegelaten, en het aantal wissels tijdens de wedstrijd is onbeperkt. Dat is de bovengrens van veertien. Bij de LZV Cup, die zichzelf op haar website de grootste zaalvoetbalfederatie van Vlaanderen noemt, mag u tot twintig mensen inschrijven, ook nog tijdens het seizoen.

Zaalvoetbal, minivoetbal en vijf tegen vijf in openlucht

De drie formaten worden voortdurend door elkaar gehaald, en dat is begrijpelijk: het zijn alle drie vijf tegen vijf. Ze verschillen op het enige punt dat u bij het boeken van een zaal echt raakt, namelijk de uitrusting en de klok. Onderstaande tabel bevat alleen wat in een officieel reglement staat.

Zaalvoetbal (futsal)MinivoetbalVijf tegen vijf in openlucht
Op het speelveld per ploegten hoogste vijf, van wie één de doelverdedigerten hoogste vijf, geen doelmanvijf, doelman inbegrepen
Veldspelers per ploegviervijfvier
Doel3 m breed, 2 m hoog2,5 m breed, 1 m hoog5 m breed, 2 m hoog
Speeloppervlakzaalvloer, 25 tot 42 m op 16 tot 25 mzaalvloer, 28 tot 42 m op 16 tot 24 mbuitenveld, 25 m op 35 m
Speeltijdtweemaal 20 minuten zuivere speeltijd volgens de spelregels; tweemaal 25 minuten in de Belgische provinciale reeksen en tweemaal 23 minuten in het recreatief futsalviermaal 13 minutenviermaal 15 minuten
Balfutsalbal nummer 4, gedempte stuitofficiële minivoetbalmaat 3
Strafschoptegen de doelverdedigernaar een onverdedigd doel, van op 15 metergeen strafschoppen
Wie het organiseertde KBVB via haar Departement Futsal voor de nationale afdelingen en Voetbal Vlaanderen voor de interprovinciale en provinciale reeksen, daarnaast private bonden zoals de LZV Cup en de Vlaamse Zaalvoetbalbondhet minivoetbal van Voetbal Vlaanderen en lokale minivoetbalverenigingenjeugdreeksen van Voetbal Vlaanderen, U8 en U9, facultatief tot U13

De bronnen, per kolom. Voor futsal: de futsalspelregels 2024-2025 van de KBVB (Regel 1 voor het speelveld en het doel, Regel 3 voor het aantal spelers) en Boek F voor de Belgische toepassing, met artikel F6.42 voor de bal en artikel F6.99 voor de speeltijden. Voor minivoetbal: de spelregels minivoetbal, die Titel 12 van het reglement vormen, met M1234 voor de strafschop op een leeg doel, M1204 voor de doelmaten, M1202 voor de periodes en M1201 voor de zaalafmetingen. Voor vijf tegen vijf in openlucht: de poster jeugdreglementering van Voetbal Vlaanderen, en voor de bezetting keeper plus vier de clubondersteuningsbrochure Open formafoot 5v5, allebei geraadpleegd op 17 augustus 2026.

Drie verschillen bepalen of uw avond doorgaat zoals u ze bedacht had.

De doelen bepalen welke sport u in die zaal kunt spelen. Een minivoetbaldoel is 2,5 op 1 meter, een futsaldoel 3 op 2 meter. Dat is geen detail maar een ander stuk materiaal in het zaalmagazijn. Vraag bij de reservatie welke doelen aanwezig zijn, want een zaal met minivoetbaldoelen is geen futsalzaal, hoe groot de vloer ook is. Over die vloer is Boek F trouwens uitgesproken: artikel F6.5 beveelt hout of synthetisch materiaal aan en verbiedt ruw beton, asfalt en kunstgras voor officiële competities. Een overdekt kunstgrasveld is dus geen alternatief zodra u in competitie speelt.

De bal is niet dezelfde bal. Futsal wordt volgens artikel F6.42 gespeeld met een futsalbal nummer 4. De spelregels leggen daar een eigenschap aan op die u op een gewone voetbal niet terugvindt: bij een val van 2 meter mag de eerste stuit niet lager zijn dan 50 cm en niet hoger dan 65 cm. Wie met een gewone voetbal in een sporthal speelt, speelt een ander spel, met stuiten die niemand controleert.

De klok loopt anders dan u denkt. De spelregels schrijven tweemaal 20 minuten zuivere speeltijd voor, waarbij de tijdwaarnemer de klok stilzet zodra de bal uit het spel is. Dat vraagt een tafel, een klok en iemand die ze bedient. In België is dat daarom voorbehouden aan de hoogste reeksen: artikel F6.99 bepaalt tweemaal 20 minuten reële speeltijd voor de eerste ploegen van de nationale afdelingen heren, tweemaal 25 minuten voor de andere senioren- en jeugdwedstrijden, en tweemaal 23 minuten in het recreatief futsal. Die 25 minuten met doorlopende klok zijn precies wat in een zaaluur van zestig minuten past, inclusief omkleden en rust. Speelt u recreatief onder elkaar, hou het dan bij een doorlopende klok, tenzij iemand van uw groep zin heeft om de hele avond aan een tafel te zitten.

Nog een verschil dat u pas merkt als het misloopt: futsal kent vanaf de zesde opgetelde overtreding per speelhelft een rechtstreekse vrije trap vanaf het 10 meter-punt, waarbij geen muur mag worden opgesteld. Dat is de reden waarom in futsal veel minder getrokken en geduwd wordt dan in een vriendschappelijk zaalpartijtje: fouten stapelen op en worden collectief afgerekend.

Wilt u het minivoetbal grondiger uitgespit, met de kosten en de kalender van een kernploeg, dan staat dat in het artikel over een minivoetbalploeg samenstellen. Zoekt u vooral nog volk voor uw lijst, dan is het artikel over een ploeg die spelers zoekt de juiste. Beide staan onderaan deze pagina.

Wat een zaaluur in Vlaanderen kost

Er bestaat geen Vlaams tarief. Elke gemeente, of het autonoom gemeentebedrijf dat haar sportinfrastructuur beheert, keurt een eigen retributiereglement goed in de gemeenteraad. Binnen één en dezelfde stad zit er tussen de goedkoopste en de duurste categorie gebruikers al meer dan een factor twee. Drie zaken bepalen wat u betaalt, en enkel de eerste kunt u nog beïnvloeden.

Bent u een erkende sportvereniging of niet. Dat is veruit de zwaarste knop. Een groep vrienden die om de veertien dagen samen speelt, is dat niet, en betaalt dus het buitenstaanderstarief. Erkenning vraagt u aan bij de sportdienst of de sportraad van uw gemeente, en de voorwaarden verschillen per gemeente.

Hoort u thuis in die gemeente. Verenigingen en scholen van buiten betalen bijna overal meer, soms een veelvoud.

Hoeveel zaal u inneemt. Sporthallen worden verhuurd per zaaldeel. Voor zaalvoetbal hebt u meestal de volledige zaal nodig, en dan telt de prijs per deel gewoon op.

Neem Leuven als uitgewerkt voorbeeld, omdat de stad haar volledige tariefblad publiceert. In het retributiereglement voor het gebruik van de sportaccommodaties (gemeenteraadsbeslissing van 27 april 2026, gepubliceerd op 24 juli 2026) is de rekeneenheid een unit, omschreven als een volleybalveld, oftewel een derde van een grote sporthal.

Wie huurtPer unit per uurMaal drie, voor een grote sporthal
Erkende sportvereniging7,00 euro21,00 euro
Niet-erkende vereniging12,30 euro36,90 euro
Commercieel sporttarief18,00 euro54,00 euro

De tweede kolom staat letterlijk in het reglement; de derde is een vermenigvuldiging die wij zelf maakten op basis van de definitie van een unit, en die uw sportdienst dus best bevestigt voor de zaal die u op het oog hebt. Het verschil tussen de eerste en de tweede rij, bijna 16 euro per uur, is het antwoord op de vraag of erkenning de moeite loont: over dertig speeldagen is dat bijna 480 euro.

Er bestaat ook een goedkoper circuit dat weinig recreatieve ploegen kennen: schoolsportzalen die de stad buiten de lesuren openstelt. Brugge houdt daar een overzicht van bij, met per school het tarief en de afmetingen. Enkele voorbeelden, zoals gepubliceerd op brugge.be en nagekeken op 17 augustus 2026.

ZaalWaarTarief
Sint-Leo secundaire school, sportzaal van 32,75 op 28,5 m, geschikt voor zaalvoetbalPotterierei 13, 8000 Brugge8 euro per uur voor volwassenen, 5 euro voor jongeren onder 18
Stamina, balsportzaal geschikt voor zaalvoetbal en handbalDaverlostraat 132, 8310 Assebroek10 euro per uur voor de ganse zaal
De Varens, balsportzaalNieuwe Sint-Annadreef 27, 8200 Sint-Andries8 euro per uur voor volwassenen, 5 euro voor jongeren onder 18
KTA SportcomplexRijselstraat 7, 8200 Sint-Michiels18,59 euro per uur voor erkende sportverenigingen

Dat is een andere orde van grootte dan een stedelijke sporthal, en de reden is eenvoudig: het gebouw staat er 's avonds toch. De keerzijde hoort er meteen bij. Zulke zalen zijn kleiner, hebben niet altijd futsaldoelen, en de schoolagenda gaat vóór: examenperiodes, oudercontacten en schoolfeesten halen uw avond weg.

Twee bedragen om deze cijfers in perspectief te zetten. Een uur in een grote stedelijke sporthal aan het niet-erkende tarief kost u ongeveer evenveel als vier tot vijf uur in een schoolsportzaal. En over een seizoen van dertig speeldagen is dat het verschil tussen zowat 240 euro en meer dan 1.100 euro, wat neerkomt op ruwweg 8 euro tegenover 37 euro per speeldag te verdelen onder wie er staat.

Tarieven bewegen. Kijk het bedrag voor uw eigen zaal na in het retributiereglement dat op de website van uw gemeente staat, en let op de ingangsdatum: veel reglementen gaan in op 1 juli of op 1 september, dus net vóór het seizoen begint.

Een vast uur voor het hele seizoen vastleggen

Een losse reservatie boekt u wanneer het u uitkomt. Een vast uur, elke week of om de twee weken van september tot mei, werkt volstrekt anders: dat wordt in één ronde verdeeld, meestal in het voorjaar, en wie die ronde mist speelt het jaar erop op de uren die overblijven.

Het uur bepaalt de competitie, niet omgekeerd

Begin bij de tijdsvensters, want die staan vast en beperken uw keuze meteen.

In het futsal van de KBVB legt artikel F7.56 op wanneer een seniorenwedstrijd mag beginnen: voor de provinciale afdelingen en het recreatief futsal van maandag tot vrijdag, ten vroegste om 19.00 uur en ten laatste om 22.00 uur. Voor de interprovinciale en nationale afdelingen en voor de Beker van België is dat de vrijdag, tussen 20.00 en 22.00 uur. Een sporthal die u enkel op zaterdagmiddag kunt krijgen, is dus geen bruikbare thuiszaal voor die competities.

De LZV Cup hanteert een gelijkaardig venster en zegt bij de inschrijving expliciet wat ze verwacht: reserveer één uur om de twee weken, op een dag naar keuze, van september tot mei, ten vroegste om 19 uur en op zaterdag of zondag ten vroegste om 17 uur, en ten laatste om 22 uur. De zaal regelt u daar zelf; het inschrijvingsbedrag van 297 euro per ploeg dekt de competitie en de verzekering, niet de huur (lzvcup.be, geraadpleegd op 17 augustus 2026).

Wat de bond van uw zaal verlangt

Speelt u in het bondsfutsal, dan is de zaal geen praktisch detail maar een toelatingsvoorwaarde. Boek F koppelt aan elke afdeling een minimale zaalklasse: minstens klasse C voor de interprovinciale competitie (artikel F7.41), klasse B voor de tweede nationale afdeling (artikel F7.40) en klasse A voor de Elite-afdeling (artikel F7.22). Kunt u uw thuiswedstrijden niet in de opgegeven zaal spelen, dan mag u enkel uitwijken naar een andere zaal van minstens dezelfde klasse, en met toestemming van het Departement Futsal.

Daar komt een kalenderverplichting bovenop. Voor de interprovinciale competitie moet een club bij de inschrijving per maand twee vrijdagen opgeven en voor elke vrijdag één uur zaal ter beschikking hebben, buiten juni, juli en augustus. En artikel F7.52 bepaalt dat de bond bij het opmaken van de kalender zoveel mogelijk rekening houdt met de dagen die de clubs als onbeschikbaar opgaven voor hun zaal. Met andere woorden: uw zaaldata gaan vóór de kalender, niet erna. De kalenders van de provinciale competities worden ten laatste op 1 augustus meegedeeld (artikel F7.51), dus uw uren moeten ruim daarvóór rond zijn.

Nog iets om vooraf te weten: een nieuwe club start niet waar ze wil. Artikel F7.44 plaatst de eerste ploeg van een nieuwe club van ambtswege in de laagste afdeling die in haar provincie georganiseerd wordt.

De reservatie bij de gemeente

Een seizoensreservatie is geen gewone boeking maar een aanvraagronde met een sluitingsdatum. Leuven documenteert die ronde volledig, en het patroon is herkenbaar in heel Vlaanderen. Voor het seizoen 2026-2027 kon u er vanaf half februari 2026 een aanvraag indienen, tot en met 31 maart 2026. Latere aanvragen krijgen geen voorrang, en ten laatste begin juni 2026 laat de stad weten welke data ze kan bevestigen (leuven.be, nagekeken op 17 augustus 2026).

Onthou die volgorde, want ze verklaart waarom zoveel groepen naast een uur grijpen. De aanvragen gaan open in februari, ze sluiten eind maart, en de bevestiging komt pas in juni. Wie in augustus begint te zoeken, komt aan bij een planning die al vier maanden vastligt en moet het stellen met wat er overschiet: een vroeg uur, een klein zaaldeel, of een zaal twintig kilometer verderop.

Drie zaken houden een losse vriendengroep tegen, en het loont om ze in deze volgorde af te vinken.

  1. De aanvraag verloopt via een clubdossier. In Leuven start u de seizoensaanvraag via het dashboard van uw club of school. Een groep zonder juridisch bestaan heeft dat niet. Sluit u dus eerst aan bij een bond of een bestaande club, of vraag uw erkenning als sportvereniging aan bij de sportdienst.
  2. Als particulier betaalt u het buitenstaanderstarief, en soms mag u zelfs niet huren. Het Leuvense reglement stelt een particuliere gebruiker uitdrukkelijk gelijk met een niet-erkende vereniging, tenzij anders vermeld, en sluit voor bepaalde zalen particuliere gebruikers helemaal uit. Kijk dus niet alleen naar het bedrag maar ook naar de vraag of uw groep die zaal überhaupt mag boeken.
  3. U kiest uw uur niet volledig zelf. U geeft door waar en wanneer u wil spelen, en de sportdienst maakt daarna de planning. Zet daarom meerdere aanvaardbare momenten in uw aanvraag in plaats van één.

En hou rekening met wat een reservatie u kost als ze niet doorgaat. In Leuven moet een annulering schriftelijk of digitaal bij de sportdienst binnen zijn, uiterlijk 7 dagen vóór een reguliere activiteit en 14 dagen vóór een eenmalig evenement of tornooi. Annuleert u te laat, dan betaalt u een vergoeding gelijk aan het tarief van de aangevraagde infrastructuur. Annuleert u helemaal niet, dan wordt dat tarief verdubbeld. En wie binnen hetzelfde sportjaar, dat er loopt van 1 augustus tot en met 31 juli, driemaal niet komt opdagen zonder te verwittigen, wordt uit de sportinfrastructuur geweerd. Die laatste zin is geen dreigement maar een reglementsbepaling, en ze staat in het retributiereglement dat de gemeenteraad op 27 april 2026 goedkeurde.

Andere gemeenten hanteren andere data en andere termijnen. De handelbare regel is deze: zoek in het najaar op wanneer de aanvraagronde van uw gemeente opengaat, zet die datum in uw agenda, en dien uw aanvraag in het voorjaar in, ook als uw ploeg dan nog niet volledig is. Een uur zonder ploeg vult u nog aan; een ploeg zonder uur speelt niet.

Aanwezigheden als de zaal al betaald is

In een sporthal kost een afzegging u niet alleen een speler maar ook geld. Het uur staat op uw naam en wordt gefactureerd, of er nu tien mensen komen of zes. Wie afhaakt, verschuift dus een deel van de rekening naar wie wel komt opdagen.

Zet dat eerst in cijfers, want dan wordt de discussie in de groep meteen korter.

AanwezigenZaal van 30 euroZaal van 45 euroZaal van 60 euro
122,50 euro3,75 euro5,00 euro
103,00 euro4,50 euro6,00 euro
83,75 euro5,63 euro7,50 euro
65,00 euro7,50 euro10,00 euro

Van twaalf naar zes zakken betekent dat elke overblijver het dubbele betaalt. Dat is de kern van het probleem, en er zijn maar drie manieren om ermee om te gaan.

Ofwel deelt u per avond onder de aanwezigen. Eerlijk voor wie er niet is, maar het straft net de trouwe spelers: hoe meer volk afhaakt, hoe duurder het wordt voor wie wel kwam. In een groep die al wankelt, versnelt dat de leegloop.

Ofwel legt u een vaste bijdrage per persoon per seizoen vast. U deelt de totale zaalhuur door het aantal namen op uw lijst en int dat één keer, liefst vóór de eerste speeldag. Iedereen betaalt evenveel, ongeacht opkomst, en u staat nooit meer zelf voor te schieten. Nadeel: wie zelden komt, voelt zich bekocht en verlengt het jaar erop niet.

Ofwel splitst u het. Een vast basisbedrag dat de zaal dekt bij een pessimistische opkomst, plus een klein bedrag per avond. Dat is meer administratie, maar het is het enige model dat zowel uw factuur als het gevoel van rechtvaardigheid overeind houdt.

Wat u ook kiest, twee regels maken het verschil tussen een seizoen dat uitloopt en een seizoen dat in januari stilvalt.

Vraag per speeldag een bevestiging, niet één keer voor het hele jaar. Wie in september zegt dat hij "erbij is", heeft geen enkele donderdag in februari bevestigd. Zet een vaste deadline, bijvoorbeeld de avond ervoor, en tel enkel wie effectief geantwoord heeft. Wie niet antwoordt, staat als afwezig genoteerd tot hij het tegendeel laat weten.

Ken uw eigen annulatietermijn en zet die in uw agenda. In Leuven bedraagt ze 7 dagen voor een reguliere activiteit; uw sporthal kan een andere termijn hanteren. Zoek dat ene getal op in het reglement van uw gemeente en leg uw bevestigingsdeadline er ruim vóór. Zo hebt u bij een tegenvallende ronde nog tijd om ofwel volk bij te zoeken, ofwel het uur kosteloos vrij te geven.

Nog een bron van gaten in uw kalender die u beter vooraf uitklaart: de sluitingsdagen van de zaal en de schoolvakanties, twee lijsten die vaak samenvallen met de weken waarin de halve ploeg toch weg is. Vraag bij de reservatie het overzicht van de sluitingsdagen voor het komende seizoen op, leg het naast de vakantiekalender, en beslis meteen welke avonden u schrapt in plaats van ze later te moeten annuleren.

Veelgestelde vragen

Uit hoeveel spelers bestaat een zaalvoetbalploeg op het veld?

Vijf per ploeg, van wie één de doelverdediger moet zijn. Er zijn dus vier veldspelers per ploeg en acht veldspelers in het totaal, plus de twee doelmannen, samen tien personen op de vloer. Die regel staat in Regel 3 van de futsalspelregels van de KBVB en in artikel F6.55 van Boek F van het bondsreglement.

Wordt zaalvoetbal met een doelman gespeeld?

Ja. De doelverdediger is één van de vijf spelers van de ploeg, niet iemand die er bovenop komt. Verwar dat niet met minivoetbal: daar wordt zonder doelman gespeeld en wordt een strafschop van op 15 meter naar een onverdedigd doel genomen.

Wat is het verschil tussen zaalvoetbal en minivoetbal?

Zaalvoetbal, oftewel futsal, wordt gespeeld met een doelverdediger, op een doel van 3 op 2 meter en met een futsalbal nummer 4 met gedempte stuit. Minivoetbal is een aparte Vlaamse sport zonder doelman, met een doel van 2,5 op 1 meter en vier speelperiodes van 13 minuten. Het zijn twee reglementen, twee bonden en twee soorten materiaal in het zaalmagazijn.

Hoe lang duurt een wedstrijd zaalvoetbal?

Volgens de spelregels tweemaal 20 minuten zuivere speeltijd, waarbij de klok stilstaat zodra de bal uit het spel is. In België geldt dat volgens artikel F6.99 van Boek F alleen voor de eerste ploegen van de nationale afdelingen heren. De andere senioren- en jeugdwedstrijden duren tweemaal 25 minuten, het recreatief futsal tweemaal 23 minuten. Dat past in een zaaluur van zestig minuten.

Met hoeveel spelers mag een futsalwedstrijd beginnen?

Met drie. Onder dat aantal mag een wedstrijd niet beginnen, en zakt een ploeg er definitief onder, dan wordt de wedstrijd gestaakt (artikel F6.55). Begint u met vier, dan mag u zich tot op het einde vervolledigen, maar enkel met spelers die vóór de aftrap op het wedstrijdblad stonden (artikel F6.56).

Hoe groot moet een zaal zijn voor zaalvoetbal?

Voor niet-internationale wedstrijden meet het speelveld 25 tot 42 meter in de lengte en 16 tot 25 meter in de breedte, volgens Regel 1 van de futsalspelregels. Belangrijker dan de vloer is het materiaal: informeer of de zaal futsaldoelen van 3 op 2 meter heeft en niet enkel minivoetbaldoelen.

Wat kost een uur sporthal in Vlaanderen?

Dat verschilt per gemeente, want elk lokaal bestuur keurt zijn eigen retributiereglement goed. In Leuven bedraagt het tarief 7,00 euro per unit per uur voor een erkende sportvereniging, 12,30 euro voor een niet-erkende vereniging en 18,00 euro aan het commerciële sporttarief, waarbij een unit gelijkstaat met een volleybalveld of een derde van een grote sporthal (gemeenteraadsbeslissing van 27 april 2026). Schoolsportzalen die de stad openstelt, liggen duidelijk lager: in Brugge tussen 5 en 10 euro per uur, afhankelijk van de zaal.

Betaal ik als particulier hetzelfde tarief als een club?

Meestal niet. Het Leuvense reglement stelt een particuliere gebruiker gelijk met een niet-erkende vereniging, wat neerkomt op bijna het dubbele van het clubtarief. Sommige zalen worden bovendien niet aan particuliere gebruikers verhuurd. Erkenning aanvragen bij de sportdienst van uw gemeente is daarom de eerste vraag die u zich stelt, niet de laatste.

Wanneer vraag ik een vast uur voor het hele seizoen aan?

In het voorjaar, ruim voor het seizoen. Leuven opende de aanvragen voor het seizoen 2026-2027 vanaf half februari 2026 en sloot ze op 31 maart 2026, met de mededeling dat latere aanvragen geen voorrang krijgen; welke data bevestigd konden worden, liet de stad ten laatste begin juni 2026 weten. Andere gemeenten hanteren andere data, dus zoek de ronde van uw eigen gemeente op en zet ze in uw agenda.

Wat als ik een gereserveerd uur niet gebruik?

Dan betaalt u meestal toch. In Leuven moet een annulering minstens 7 dagen vooraf ingediend worden voor een reguliere activiteit en 14 dagen voor een eenmalig evenement of tornooi. Te laat annuleren kost u een vergoeding gelijk aan het tarief, niet annuleren doet dat tarief verdubbelen, en driemaal niet komen opdagen zonder verwittigen binnen hetzelfde sportjaar leidt tot uitsluiting uit de sportinfrastructuur.

Wat een vast uur nog altijd niet voor u regelt

Het formaat kent u nu, en de zaal krijgt u geboekt. Neem de tabellen hierboven gerust over.

Wat ze niet oplossen is de donderdag zelf: opnieuw achterhalen wie er straks in de zaal staat, en het geld voor een uur dat al vastligt binnenhalen voordat u het weer eens voorschiet. Precies daarvoor bestaat SquadUp. Eén keer de speeldag klaarzetten, de link in uw groep gooien, en elke speler duidt aan of hij komt en stort meteen zijn aandeel, zonder dat hij daarvoor een profiel moet aanmaken. Dat scheelt vooral bij de vervanger die u pas dinsdag gevonden hebt: die installeert echt niets voor één avond. Speelt u onder elkaar, dan legt de app ook de twee kanten voor u klaar volgens niveau.

Over het prijskaartje doen we niet geheimzinnig: op het bedrag dat u zelf invult komt 13 procent, nooit minder dan 0,35 euro, en daarop nog eens 21 procent btw. Samen is dat zowat 15,7 procent bovenop uw prijs, zodat de deelnemer bij een bedrag van 10,00 euro 11,57 afrekent. Verloopt er geen betaling via de app, dan is er ook niets verschuldigd.

Even duidelijk over de grenzen ervan. Wie een volledige vereniging beheert, met lidgelden, facturen en meerdere afdelingen, is met Twizzit of ProSoccerData beter af, en wie enkel een gezamenlijke kalender wil voor een groep die toch altijd voltallig is, heeft aan Spond genoeg. Ons voordeel ligt bij de losse namen rond uw kern, en dat zijn nu net de mensen die het verschil maken tussen negen en tien.

Downloaden is gratis, zowel voor iPhone als voor Android.

Cijfers nagekeken op 17 augustus 2026, volgende controle vóór 17 februari 2027.

Abdel Bouzbiba · Oprichter van SquadUp, een Belgische app om groepsuitjes te organiseren. Zelf organiseer ik elke week een vaste voetbalafspraak.

Organiseer uw volgende uitje in twee minuten

Aanwezigheden, automatische herinneringen en kostendeling in één app. Uw gasten antwoorden zonder account.

App StoreGoogle Play